Enkele disciplines zijn:
Slalom (Zo snel mogelijk een parcours afleggen dat halve wind ligt)
Wave (Springen en golfrijden in de golven)
Freestyle (Springen en trucjes uithalen op vlak water)
Course Race (Zo snel mogelijke een parcours afleggen dat zowel halve wind als in de wind ligt)
Formula (Variant van cours race waarbij gebruikgemaakt wordt van een specifiek type plank en zeil)
Mistral (De oude Olympische klasse)
RS:X (De huidige Olympische klasse)
Speedsurfen (Zo hard mogelijk varen, bij voorkeur op een ruimewindse koers)
Formula (Formula Windsurfing is een raceonderdeel waar een baan wordt gevaren)
Super-X (Een slalomparcours moet worden afgelegd waarbij verplichte obstakels moeten worden genomen
en verplichte trucjes moeten worden uitgevoerd. Bij elke boei moet een duckgijp worden gedaan.
Verder is het eigenlijk gewoon een slalomwedstrijd, wie het eerst de finish haalt wint.)
Uitrusting
De surfplank
Je hebt grofweg twee typen planken: shortboards en longboards. Maar er zijn tegenwoordig zoveel verschillende surfplanken
dat er zoveel verschillende maten verkrijgbaar zijn dat er een geleidelijke overgang van short- naar longboards in zit.
Je kunt dus ook een tussenmaat nemen.
Behalve de lengte is ook de breedte van de plank belangrijk. Hoe breder de plank, hoe meer stabiliteit. Ook het volume van de plank is belangrijk. Voor beginners is een plank met een wat groter volume makkelijk, omdat planken met een kleiner volume 'zinken' wanneer de surfer niet genoeg snelheid maakt. De kern van de plank bestaat uit schuim, de huid bestaat uit in een vorm geblazen polyetheen of een samenstelling van materialen.
Elke plank heeft een vin ( ook wel een skeg genoemd ). Zonder de vin zou de plank rondjes draaien. Vinnen worden gegoten van verstevigd fiberglas, en passen in het vinvak aan de onderkant van de plank. De vin wordt in een vaste stand gehouden door een vinbout die vanaf het dek is vastgeschroefd. Vinnen zijn er in vele soorten en maten.
Verder zit er nog boven op de plank een mastrail, waarin de voet van het tuig vast zit aan de plank. Er zijn twee verschillende typen mastrailen: vast en verstelbaar. De vaste rail bestaat uit een rail met groeven midden op de plank. De tuigage wordt bevestigd met een schuifplaat, die met een schroef en moer overal in de rail kan worden geplaatst. NA het vastzetten blijft de tuigage op haar plaats.
Op de surfplank kan een zwaard zitten (= belangrijk kenmerk van longboards). Het kan worden neergelaten of in de romp worden weggeklapt. Wanneer het zwaard is neergelaten, functioneert het als de kiel van een schip. Het biedt extra stabiliteit en maakt het eenvoudiger de plank rond te draaien.
Tegenwoordig zitten er meestal op een surfbord voetbanden. Hierdoor kan de surfer in verbinding komen te staan met de surfplank. Dit is echter alleen verstandig als je wat meer gevorderd bent.
Het zeil
Surfzeilen zijn opgebouwd uit banen zeildoek die aan elkaar worden geplakt en genaaid.
Ze worden gemaakt van een combinatie van monofilm (dunne laag doorzichtig pvc) en gekleurd docron (geweven polyester).
Het zeil wordt ondersteund door roeden van fiberglas, zeillatten genoemd, die worden bevestigd in nauwsluitende lattenzakjes.
De zeillatten maken het zeil onbuigzaam.
De zeilkeuze wordt bepaald door het lichaamsgewicht, de vaardigheid van de surfer en de windomstandigheden. Hoe zwaarder de surfer is, hoe meer zeil hij nodig heeft om gebruik te maken van de wind, en hoe groter de windsnelheid, hoe kleiner het benodigde zeil. Met de windsnelheid zal namelijk ook de kracht op het zeil toenemen, waardoor meer inspanning en techniek nodig is om het onder controle te houden.
Over powered surfen: Surfen met een te groot zeil in verhouding tot de windkracht. Zeil minderen: Het terugbrengen van de zeilgrootte. Zeil bijzetten: Het vergroten van de zeilgrootte.
Er zijn drie typen zeilen:
Racezeilen zijn prestatiegericht en bedoeld om met grote snelheid in een rechte lijn te surfen.
Ze hebben grotere afmetingen, een ontwerp dat een zo groot mogeljk kracht geeft en
zijn herkanbaar aan een ruime mastslurf, lange giek, lager voorlijk (deel van het zeil dat dicht bij de mast ligt),
en een grote hoeveelheid zeillatten.
Allround, no-cam- of wave-slalomzeilen zijn voornamelijk bedoeld voor recreatief gebruik.
Veel voorkomende kenmerken zijn de vijf of zes zeillatten en een vorm die tussen die van een racezeil en een wavezeil in ligt.
Wavezeilen zijn makkelijker te hanteren onder ruige omstandigheden. Ze hebben een kortere giek,
minder zeillatten en een hoger opgesnedenonderlijk.
De mast en de giek
Tegenwoordig bestaan de meeste masten uit twee gedeelten, zodat ze makkelijk kunnen worden opgeborgen.
In de meeste gevallen zijn ze gemaakt van epoxyfiberglas met een variërend koolstofgehalte.
Hoe hoger het koolstofgehalte van de mast, hoe lichter de mast, maar ook hoe duurder de mast.
Met een mastverlenger is de mastlengte precies aan te passen aan het zeil.
De giek is meestal van aluminium, zodat hij sterk genoeg is om het lichaamsgewicht van de surfer te dragen. Een giek is altijd bedekt met gripmateriaal en wordt bevestigd aan de mast met een kunststof klem. Aan de andere zijde (schoothoek) is de giek bevestigd aan het zeil met een lijntje dat in een lus door een oogje in het zeil loopt. De giek kan worden aangepast aan verschillende zeilgroottes door een uitschuifbaar 'achtereinde', waarmee de lengte van de giek is aan te passen aan de grootte van het zeil. De aanbevolen gieklengte wordt afgedrukt op het zeil.
Accessoires
Vaak dragen surfers een wetsuit. Een wetsuit zorgt voor bescherming van het lichaam en voor warmte.
Naarmate de lucht koeler en de temperatuur van het water lager is, is een dikker pak dat een groter deel
van het lichaam bedekt nodig. Een wetsuit kan één- of tweedelig zijn. De ééndelige pakken (steamers)
zijn het warmst omdat er weinig ruimte is voor koud water om naar binnen te stromen.
De tweedelige pakken bestaan uit een tuinbroek (long-john) en een kort jasje (bolero).
Ze zijn goedkoper dan steamers maar ook veel minder warm.
Een windsurfer kan speciale surflaarzen of -schoenen aantrekken. Ze hebben veel grip, zijn soepel en bieden bescherming, zowel tegen onderdelen van de plank als tegen natuurlijke gevaren, zoals blokken en stenen op de bodem. Ook dienen ze (vooral de laarzen) voor isolatie, waardoor de voeten warm blijven.
Bij het optrekken van het zeil en het hangen aan de giek hebben de handen van de windsurfer het zwaar te verduren.
Handschoenen beschermen de huid, maar belemmeren uw greep, waardoor de onderarmen snel vermoeid kunnen raken.
Een trapeze bestaat uit een gordel waar een haak aan zit en een trapezelijn. De trapezelijn moet aan de giek worden vastgemaakt, en de gordel wordt aangetrokken door de surfer. Met de haak kan de surfer zich aan de trapezelijn vastmaken. Een trapeze verlicht de belasting van de armen. Een trapezelijn heeft een vaste lengte en zit vast aan beide zijden van de giek, precies tussen de handen van de surfer. De surfer kan zichzelf altijd losmaken van de trapezelijn, maar zit wel tijdelijk vast aan het tuig (mast + zeil + giek). Het gebruik van een trapeze is voor meer gevorderde surfers.
Locaties
In Nederland wordt de sport vooral beoefend op zee, in Zeeland en op de randmeren van Flevoland en de meren in Friesland.
Een goede en bekende plek om te windsurfen is op de Canarische Eilanden, bv. op Gran Canaria, vanwege de uitstekende omstandigheden om deze sport te beoefenen. Op Gran Canaria wordt ook elk jaar een onderdeel van de wereldkampioenschappen gehouden, de zgn. PWA-tour, waar de beste windsurfers bijelkaar komen om tegen elkaar te strijden en de meeste punten proberen te pakken op verschillende onderdelen.
Ook op de andere eilanden van de Canarische Archipel is het windsurfen populair, met name op de eilanden Lanzarote,
Fuerteventura en Tenerife en ook op deze eilanden wordt elk jaar de WK gehouden met de professionals op dit gebied.
Één van deze professionals is Björn Dunkerbeck, 36-voudig PWA-tour wereldkampioen, die veelal op Gran Canaria is te vinden.
Kijk voor meer locaties (spots) bij 'Spots' in het menu.