In een paar stappen van een starter naar een windsurfer! Lees het hieronder:

Ga in het midden van de plank staan, met je voeten op schouderbreedte
Belangrijk: houd de wind in de rug.
Zodra je het zeil uit het water hebt getrokken, moet het loodrecht (hoek van 90°)
Plaats je handen op de mast, net onder de giek. Tijd om even met het zeil te spelen.
Door het zeil naar voren of naar achteren te zwaaien, voel je hoe de plank hierop reageert.
Je bent klaar voor het maken van de 180 graden basisdraai.
‘Ready’ voor je eerste zelfstandige vaarpoging.
Draai je lichaam in de vaarrichting - voorste been gestrekt,
Yes!!
Zeilcontrole
Om het zeil goed onder controle te houden moet je leren je armen
Conclusie
De meest gemaakte beginnersfout is dat je alle stappen tegelijk wilt doen
En nu?
Je hebt kennisgemaakt met de basistechieken van de windsurfsport.
Foto’s: American Windsurfer
aan weerszijden van de mast, en pak het ophaalkoord vast (niet te hoog).
Gebruik bij het ophalen vooral je beenspieren en niet je rug- en armspieren.
Trek het zeil langzaam uit het water, niet te snel want het resultaat is dan vaak
dat je het zeil aan je voorbij trekt en je achterover in het water valt. Einde missie.

Foto 2
op de plank staan. Je voeten staan nog steeds aan weerszijden van de mast en
je hebt het zeil aan het ophaalkoord vast. Dit noemen we de uitgangspositie.

Foto 3 Foto 4

Foto 5
Duw je het zeil naar voren, naar de punt, dan zal de plank van de wind wegdraaien.
Duw je het zeil naar achteren, dan draait de plank juist naar de wind toe.
Je kunt de draaibeweging van de plank tevens beïnvloeden door je gewicht.
Zeil naar voren, gewicht op je voorste voet, zeil naar achteren, gewicht op je achterste voet.
Op deze manier kom je erachter hoe de windsurfplank reageert op je bewegingen.

Foto 6
Foto 7
Vanuit de uitgangspositie duw je het zeil naar achteren, loop je zelf rondom de mast mee
en laat je de plank onder je doordraaien tot je de uitgangspositie weer hebt bereikt.
Houdt tijdens de draai de wind altijd in de rug.

Foto 8
Foto 9
Laat je achterste hand (je zeilhand) los van de mast (foto 8).
Plaats je voorste voet recht achter de mast, in de vaarrichting
en zet je achterste voet net achter de zwaardkast (foto 9).

Foto 10
Foto 11
achterste been licht gebogen -, trek de mast iets voor je langs,
plaats je zeilhand op de giek (foto 10), draai je mast in verticale positie
en trek het zeil langzaam dicht. Je voelt onmiddelijk de wind in het zeil en je vaart.
onafhankelijk van elkaar te gebruiken. Met de voorste hand (masthand)
controleer je de positie van de mast, en met de achterste hand (zeilhand)
controleer je het zeil en de hoeveelheid wind die je erin wilt hebben.
Bij teveel wind vier je het zeil, terwijl je bij te weinig wind het zeil juist
meer dichttrekt.
en hierdoor juist de controle verliest. Bedenk dat iedere stap zijn tijd nodig heeft.
Een beetje duf misschien, maar reken er maar op dat als je dit goed onder de knie hebt
de duffigheid snel plaats maakt voor een ongekende sensatie waarin snelheid,
opspattend water, het gevoel te vliegen, strakke jumps, waveriding
en het eindeloze spel met de wind domineren.